Jeugdbeschermers bedreigd: voorkomen is beter dan genezen

Vandaag vragen de gecertificeerde instellingen in een pamflet om maatregelen van de overheid tegen bedreigingen.

Laat ik voorop stellen dat bedreigingen en agressie niet zouden mogen plaatsvinden. Elke jeugdbeschermer moet zijn werk in veiligheid kunnen doen.

Maar het terugdringen van bedreigingen en agressie bereik je mijns inziens niet door repressief op te treden, maar door pro-actief te handelen. De bedreigingen vinden hun oorzaak namelijk in de machteloosheid van de ouders die worden geconfronteerd met het destructieve beleid van de gecertificeerde instellingen in het gedwongen kader. De ervaringen van de ouders zijn steeds weer hetzelfde, al jarenlang:
– jeugdbescherming stelt ‘een opdracht van de rechter uit te voeren’, maar die opdracht hebben ze zelf gevraagd;
– de rechter toetst maar heel beperkt en gaat uit van hetgeen de jeugdbeschermers stellen zonder bewijs te verlangen;
– intussen ‘doet de jeugdbeschermer niet aan waarheidsvinding’;
– en de jeugdbeschermer stelt steeds te handelen ‘vanuit het belang van het kind’, terwijl dat belang niet eenduidig is en juist primair is om door je eigen ouders te mogen worden verzorgd en opgevoed;
– volgens de beroepscode van de jeugdzorgwerkers en de wet zou hulpverlening in overleg moeten worden vastgesteld, maar de praktijk is dat de jeugdbeschermer bepaalt. En als je niet meewerkt, wordt je kind uit huis geplaatst;
– ernstige maatregelen als een uithuisplaatsing zouden alleen maar mogen plaatsvinden in bewezen situaties als seksueel misbruik, verwaarlozing en ernstige mishandeling, maar worden veel te snel ingezet;
– en als er dan al ultieme maatregelen nodig zijn, wordt het contact tussen ouder en kind standaard ook nog eens bijzonder ingrijpend beperkt.

In het pamflet wordt het gebrek aan publieke verontwaardiging gemist over verbale en fysieke agressie. Mijn cliƫnten missen de publieke verontwaardiging over het vaak te snel en zonder noodzaak uiteenrukken van een gezin. Vrijwel al mijn cliƫnten hadden een goed beeld over de Raad van de Kinderbescherming en gecertificeerde instellingen voordat ze ermee te maken kregen. Maar eenmaal bekend hiermee, concluderen ze dat het systeem, althans de invulling hiervan, niet werkt.

Het te snel inzetten van de schadelijke maatregelen van uithuisplaatsing en contactbeperking is de wortel aan de bijl van goede jeugdbescherming. Bepalen wat “het belang van het kind” is, is niet voorbehouden aan jeugdbeschermers. Het is primair de verantwoordelijkheid van ouders. De overheid moet pas ingrijpen als duidelijk is dat iets NIET in het belang van het kind is. Jeugdbeschermers moeten niet handelen vanuit angst voor situaties als het meisje van Nulde. Maar handelen vanuit vertrouwen in de ouder.

Bedreigingen en agressie zijn niet goed. Maar je kan ze beter voorkomen dan genezen. Mijn idee is dat de bezem moet door de praktijk van de gecertificeerde instellingen.